2025
Géza Sógor werd in 1968 geboren in Arad. Hij volgde zijn theologische studies aan het Protestants Theologisch Instituut in Cluj-Napoca (Kolozsvár) tussen 1988 en 1993. In 1991 studeerde hij aan de Duitstalige Evangelisch-Lutherse faculteit in Sibiu (Nagyszeben). Tussen 1992 en 1993 nam hij in Cluj-Napoca deel aan een bacheloropleiding sociologie, georganiseerd door de Central European University. Daarnaast breidde hij zijn theologische kennis uit in Nederland.
In 1995, op uitnodiging van professor Willem Balke, en opnieuw in 2015 als beursstudent van de Fundament Stichting, behaalde hij in Kampen een mastergraad in de systematische theologie met een specialisatie in de politieke theologie. In december 2024 behaalde hij de doctorstitel in de systematische theologie aan de Gereformeerde Theologische Universiteit van Debrecen, onder begeleiding van promotor Sándor Fazakas.
Na zijn dienst in de Moldavische diaspora-missie werd hij in 1994 tot predikant bevestigd. Hij diende in Gerendkeresztúr–Aranyoshadrév (1995–1998), was hoofdbibliothecaris van het Protestants Theologisch Instituut in Cluj-Napoca (1998–2001), plaatsvervangend predikant in de Gereformeerde Gemeente van Cluj-Napoca–Bovenstad (2001–2009), en dient sinds 2010 in de Gereformeerde Gemeente Kányád–Jásfalva in de regio Udvarhely.
Van 2010 tot 2018 was hij voorzitter van de Nationale Vereniging van Gereformeerde Predikantenconferenties in Roemenië. Sinds 2010 is hij lid van het dagelijks bestuur van de Conferentie van Europese Predikantenverenigingen. Samen met zijn echtgenote, Erzsébet Gyöngyi Vincze, godsdienstlerares, voeden zij vijf kinderen op.
Sinds 1920 leeft de Gereformeerde Kerk in Transsylvanië als een taalkundige en confessionele minderheid. In het Transsylvaanse publieke discours heeft de interpretatie van deze minderheidspositie tot op heden overwegend een sombere toon. Deze vaststelling geldt ook voor het kerkelijke discours en voor de communicatie van het kerkbestuur. In dit boek onderzoek ik, met behulp van de politieke theologie, dit interpretatiemodel dat sinds 1920 van kracht is. Ik beschouw de politieke theologie bijzonder geschikt voor dit onderzoek, omdat deze theologische subdiscipline zich in de afgelopen halve eeuw vooral heeft ontwikkeld gelijktijdig met de versnelde secularisatie in West-Europa en Noord-Amerika. Deze secularisatie is in Transsylvanië in de afgelopen decennia eveneens versneld.
Wanneer wij de bijbelse modellen van de gemeente onderzoeken en nagaan hoe zij in een minderheidssituatie leefde, zullen wij ons kritisch verhouden tot het christendom-paradigma (Christendom als cultuur- en maatschappijvormend principe). Zo worden wij vrij om terug te keren naar de wortels van de christelijke gemeente. Een dergelijke perspectiefwisseling is noodzakelijk voor een evangelische interpretatie van het kerk-zijn als minderheid.






























